DNS-records uitgelegd: A, AAAA, CNAME, MX, TXT en meer

Een DNS-zone is een lijstje regels. Elke regel doet iets anders. Dit zijn de types die u in de praktijk tegenkomt.

A-record: waar staat de website?

Het A-record koppelt een naam aan een IP-adres. Dit is het record dat bepaalt op welke server uw bezoekers terechtkomen. Verhuist u naar een nieuwe host, dan is dit het record dat verandert.

AAAA-record: hetzelfde, maar dan IPv6

Precies hetzelfde idee als een A-record, maar voor de nieuwere IPv6-adressen. Die zien er anders uit (lang, met dubbele punten). U heeft er meestal geen omkijken naar.

CNAME: een alias naar een andere naam

Een CNAME verwijst niet naar een IP-adres, maar naar een andere naam. Bijvoorbeeld: www.mijn-eigen-domeinnaam.nl wijst naar mijn-eigen-domeinnaam.nl. Verandert het IP-adres van het doel, dan hoeft u de CNAME niet aan te passen; die volgt automatisch.

Externe diensten (een webshopplatform, een nieuwsbriefdienst) vragen vaak om een CNAME. Let op: op uw hoofddomein zelf kunt u meestal geen CNAME gebruiken.

MX-record: waar moet de e-mail heen?

MX staat voor Mail Exchange. Dit record bepaalt welke server de e-mail voor uw domein ontvangt. Er staan vaak meerdere MX-records met een prioriteitsnummer erbij; het laagste nummer wordt als eerste geprobeerd.

Belangrijk: uw website en uw e-mail kunnen op verschillende plekken staan. Het A-record en het MX-record zijn onafhankelijk van elkaar. Zet u uw e-mail over naar Microsoft of Google, dan wijzigen alleen de MX-records; uw website blijft gewoon staan waar hij stond.

TXT-record: vrije tekst met een doel

Een TXT-record bevat gewoon tekst. Dat klinkt nutteloos, maar het is een van de belangrijkste records die u heeft. Hierin staan namelijk uw SPF-, DKIM- en DMARC-instellingen, die ervoor zorgen dat uw e-mail aankomt en dat anderen geen mail uit uw naam kunnen versturen.

Ook diensten als Google en Microsoft vragen om een TXT-record om te bewijzen dat het domein echt van u is.

NS-record: welke nameservers horen erbij

Legt vast welke nameservers verantwoordelijk zijn. Hier komt u zelden aan.

CAA-record: wie mag een certificaat uitgeven

Bepaalt welke certificaatuitgevers een SSL-certificaat voor uw domein mogen uitgeven. Een extra beveiligingslaag die voorkomt dat iemand anders een certificaat op uw naam aanvraagt.

SRV-record: voor specifieke diensten

Wordt gebruikt door diensten die op een specifieke poort draaien, bijvoorbeeld bij Microsoft-omgevingen of chatservers. Komt u alleen tegen als een dienst er expliciet om vraagt.


Was dit onderwerp nuttig voor U? Ja Nee