U past een DNS-record aan, ververst de pagina en… er is niets veranderd. Een collega ziet de nieuwe site al wel. Dit is normaal en het heeft een naam: propagatie.
Waar het door komt: caching
Als elke computer bij elk bezoek opnieuw aan DNS zou vragen waar een website staat, zou internet bezwijken onder het aantal vragen. Daarom onthouden DNS-servers de antwoorden een tijdje. Dat heet caching.
Bij elk DNS-record hoort een TTL: Time To Live. Dat is het aantal seconden dat een server het antwoord mag bewaren voordat hij opnieuw moet vragen. Een TTL van 3600 betekent één uur.
Waarom de een het wel ziet en de ander niet
Iedereen gebruikt een andere DNS-server, en die hebben het oude antwoord op verschillende momenten opgehaald. De ene cache verloopt om 14:05, de andere om 14:47. In de tussentijd ziet de een de nieuwe situatie en de ander nog de oude. Dat is verwarrend, maar het lost zichzelf op.
Hoe lang moet u wachten?
- Een gewoon record aanpassen (A, CNAME, TXT): meestal binnen enkele minuten tot een paar uur.
- Nameservers wijzigen: reken op maximaal 24 tot 48 uur.
Een handige truc bij een geplande verhuizing
Weet u van tevoren dat u gaat verhuizen? Verlaag dan een dag van tevoren de TTL van het betreffende record naar bijvoorbeeld 300 seconden (vijf minuten). Op het moment van de verhuizing is de wijziging dan binnen vijf minuten overal zichtbaar in plaats van uren. Achteraf zet u de TTL weer terug naar een normale waarde.
Wat u zelf kunt doen
Ziet u de wijziging nog niet, terwijl een online DNS-checker aangeeft dat hij wél doorgevoerd is? Dan zit het antwoord in de cache van uw eigen computer of provider. Even geduld is dan echt de enige oplossing. Uw browser opnieuw opstarten of een ander netwerk gebruiken (bijvoorbeeld mobiel internet) laat vaak al de nieuwe situatie zien.