Elke computer op internet is bereikbaar via een reeks cijfers: een IP-adres, bijvoorbeeld 192.0.2.10. Handig voor computers, onmogelijk om te onthouden voor mensen. Daarom bestaat DNS, het Domain Name System.
DNS werkt als een telefoonboek. U kent de naam (mangelot-hosting.nl), DNS zoekt het nummer erbij (het IP-adres van de server). Zonder DNS zou u voor elke website een reeks cijfers uit uw hoofd moeten leren.
Wat er gebeurt als u een adres intypt
Typt u een webadres in, dan gaat er in een fractie van een seconde het volgende gebeuren:
- Uw computer vraagt: “wie is
mijn-eigen-domeinnaam.nl?” - Die vraag gaat naar een DNS-server van uw provider.
- Die zoekt uit welke nameservers bij
.nlhoren, en daarna welke bij dit specifieke domein. - De nameserver van het domein geeft het antwoord: dit is het IP-adres.
- Uw browser maakt verbinding met die server en de website verschijnt.
Dit hele traject duurt normaal gesproken minder dan een tiende van een seconde, en u merkt er niets van.
Waarom dit belangrijk is om te weten
Bijna alles wat misgaat rond een website of e-mail, gaat mis in DNS. Een website die “niet werkt” na een verhuizing, e-mail die niet aankomt, een SSL-certificaat dat niet uitgegeven kan worden: in negen van de tien gevallen staat er een DNS-record verkeerd of nog niet goed.
U hoeft geen expert te worden. Maar begrijpen dát uw domeinnaam en uw server twee losse dingen zijn, die door DNS aan elkaar geknoopt worden, maakt veel problemen ineens logisch.